![]() |
|
Sentiero di Centenario |
klettersteigen |
||
© www.nutons.nl
|
geen video |
| land | tijdsduur | moeilijkheisgraad |
| Italië | 7,5 uur | 2 (uit 5) |
| streek / regio | afstand | soort route |
Julische Alpen |
12,5 km | rondwandeling |
| gemeente / dorp | hoogste punt | benodigde uitrusting |
| Sella Nevea | Cime Piccole di Rio Bianco (2226 m) | klettersteigset |
| parkeren | aantal hoogtemeters | hutten onderweg |
| onder de brug (989 m) | 1237 m | Rifugio Corsi, 1874 m |
wegwijzer |
||
Vanaf Tarvisio neem je de borden richting Bovec / Slovenië, al snel zit je op de SS54. Net na Cave del Predil sla je rechtsaf en volgt de weg richting Sella Nevea. Na ongeveer 3 km kom je bij een paar brugjes uit, waar je je auto parkeert. Dat kan direct langs de weg (links) of je rijdt net voor het tweede brugje, over een onverharde weg, naar beneden. Daar kun je ook parkeren. |
||
| de tocht | ||
Je loopt een stukje verder langs de weg (richting Sella Nevea) en zoekt naar een bordje dat naar de Rif. Corsi wijst. Hoewel het lijkt of je over het asfalt moet lopen, vertrekt er een klein paadje het bos in, aan de rechterkant van de weg. Je bevindt je op de wandelroute met nummer 650. Het pad slingert door het bos omhoog en bijna 500 hoogtemeters verder sta je op een splitsing: rechtdoor gaat het naar de Rif. Corsi, rechtsaf start de Sentiero di Sassoni. Wij slaan rechtsaf, beide routes zijn met nummer 629 gemarkeerd. De Sassoni is een bijzondere wandeling: alleen op dit stuk maak je (cummulatief) 400 hoogtemeters, en die zijn bij de 1237 m van deze tocht niet meegerekend! Het gaat steeds omhoog en omlaag, en dat via een bijzonder smal paadje. Oppassen geblazen, want hier en daar gaat het steil naar beneden. De meest penibele passages zijn van staalkabels voorzien. Een ervaren bergwandelaar met zekere tred en zonder hoogtevrees kan echter zijn klettersteigset in de rugzak laten. Naar rechts heb je steeds opnieuw uitzicht op het dal. Onder overhangen, langs kale rotsen, door diepe kloven gaat het verder, tot je aan de andere kant bij de Rif. Brunner uitkomt. Bij de hut sla je linksaf en volgt het pad langs de Rio Bianco (niet het pad naar de Vetta Bella nemen!). Als het goed is, loop je nu op de 625. Je loopt een stukje door het bos, steekt de Rio Bianco over en klimt dan, omringd door 'latschen' (=kruipdennen), langzaam omhoog. Net onder de Vetta Bella sta je opnieuw op een splitsing, waar je links aanhoudt: je blijft op de 625. Het terrein krijgt een meer open karakter en al snel loop je meer op steen dan op zand. Dan zie je links ineens een grote, rode bivakdoos opdoemen: het Biv. Fisso. Op de splitsing die kort daarop volgt, sla je linksaf. Tijd voor een korte lunch? Bij de bivakhutten (er staan er twee) loopt aan de zuidkant een gruishelling omhoog. Daar zul je omhoog moeten en precies op het kleine pasje tussen de Cima Alta- en de Cime Piccole di Rio Bianco zoek je rechts naar de instap van de klettersteig. Op de gruishelling heb ik geen markeringen kunnen ontdekken, misschien zijn ze er wel? De klettersteig is niet lang (max. 1,5 uur), maar voert je langs de topjes en graten van de Cime Piccole di Rio Bianco. Het gaat opnieuw omhoog en omlaag, een smalle kloof met een paar vaste ladders en aan het eind een tunnel, die waarschijnlijk uit de Eerste Wereldoorlog stamt. Een koplampje (of normale zaklamp) is hier meer dan welkom: het is er pikdonker binnen. Aan de andere kant van de tunnel wordt het weer licht, je staat op het Forcella del Vallone. Ten oosten zie je de beide bivaks liggen vanwaar je vertrokken bent, maar afdalen doe je aan de andere kant. Het eerste stuk is vrij steil, maar dan wordt het vlakker, het pad draait naar links en daar wacht de Rif. Corsi op je. Met uitzicht op de Jof Fuart (Wischberg) is het goed toeven op het terras. Na een rustpauze bij de hut gaat het verder richting dal. Je pikt de 629 weer op en daalt af naar de splitsing waar je vanochtend de Sassona inging. Onderweg kom je nog door een paar leuke canyon-achtige kloven, waar bijna altijd water stroomt. Recht vooruit kijk je vrijwel constant op de Mangart, de berg die hier de grens tussen Italië en Slovenië vormt. Wanneer je op de eerder genoemde splitsing komt, kan het niet moeilijk meer zijn: je daalt af over een inmiddels bekende weg. |
||
| opmerkingen | ||
Het is best een flinke tocht voor zo'n korte klettersteig, maar het loont zich. De omgeving waar je loopt is indrukwekkend. Hoge wanden, verlaten dalen, hier en daar een gems of een marmot. Het avontuurlijke pad van de Sassona, en een hele leuke klettersteig, het is allemaal de moeite waard. En vooral: je moet hierheen gaan voor de rust: de meeste toeristen zoeken hun heil op de Cima Terra Rossa en de Jôf di Montasio, een paar kilometer verderop. Daar kun je met je auto op 1500m komen en steenbokken bekijken. |